Waarnemen en ervaring in lichaamstaal
In dit artikel onderzoeken we de procesfase van waarnemen en ervaring. We kijken niet naar vaste betekenissen of snelle conclusies, maar naar wat er zichtbaar wordt wanneer je stopt met invullen en begint met echt observeren.
Hoewel gekruiste armen in sociale situaties vaak automatisch worden gelezen als een gesloten houding, laat onderzoek zien dat dezelfde houding in andere situaties een heel andere functie kan hebben.
Wat we hier missen is dat dit maar een deel van het geheel is.
Veel mensen hebben ooit gehoord dat armen over elkaar weerstand betekent en nemen dat aan als vaste betekenis.
Een houding is pas gesloten wanneer er meerdere signalen tegelijk aanwezig zijn.

- Armen en benen gekruist
- Wegkijken of naar beneden kijken
- Naar achter leunen
- Geen betrokkenheid meer tonen
Pas wanneer signalen samenkomen en de context duidelijk is, krijgt gedrag betekenis. Op zichzelf kan dezelfde houding net zo goed wijzen op:

- Het koud hebben
- Comfortabele houding
- Uit gewoonte
- Bij het nadenken
- Of bij het oplossen van een moeilijk probleem
Onderzoek naar embodied cognition laat zien dat lichaamshoudingen soms invloed hebben op denkvermogen en taakgerichtheid. Dat woord “soms” is hier belangrijk. Het geeft aan dat het effect afhankelijk is van de situatie. Wetenschappers formuleren voorzichtig, omdat onderzoek binnen een bepaalde context plaatsvindt en later door nieuw onderzoek kan worden aangevuld of weerlegd.
Wanneer we dat nuancewoord overslaan, vullen we de rest zelf in. Zo ontstaat een betekenis die niet uit de observatie zelf komt, maar uit wat wij verwachten of hopen te lezen.
Liminale ruimte is een drempel, een pauze, een moment waarin je stopt iets meteen voor waar aan te nemen en kijkt naar beide kanten van het verhaal. Het is een uitnodiging om nieuwsgierig te worden naar wat er werkelijk achter een aanname schuilt.
Nieuwsgierigheid opent de deur naar onze eigen blinde vlek en naar de mogelijkheid om onszelf en de ander beter te begrijpen.
