🔻Het verhaal – moeten slapen

Een persoon ligt in bed en denkt: “Ik moet nu slapen, anders ben ik morgen uitgeput.” Er wordt geprobeerd om rust op te wekken, maar hoe meer er geprobeerd wordt, des te actiever het lichaam wordt. Er kan geen goede slaaphouding worden gevonden. Er wordt gedraaid. De lichaamstemperatuur stijgt licht. Gedachten blijven malen zonder dat er een antwoord komt. In plaats van dat er rust ontstaat, neemt de activiteit toe. Het systeem raakt in paraatheid terwijl de ontspanning uitblijft.

Lees verder: hoe je wakker blijft wanneer je moet slapen.

🔒 Deze verdieping is afgeschermd.

Om verder te lezen, koop een Dagpas. Je krijgt 24 uur toegang tot alle premium passages.

Koop Dagpas (€9,95)

 

[restrict userrole=”dagpas”]

DE INGANG

De ingang is controle. De gedachte “ik moet slapen” activeert het cognitieve controlesysteem in de hersenschors. De prefrontale cortex blijft actief. Dit gebied is verantwoordelijk voor plannen, monitoren en evalueren. Tegelijk reageert het sympathisch zenuwstelsel. Dit systeem is bedoeld voor waakzaamheid en verdediging. De hartslag stijgt. De spierspanning neemt toe. De alertheid verhoogt.

Om te gaan slapen is verlaging van hartslag, temperatuur en hersenactiviteit noodzakelijk. Die daling blijft uit.

HET PERVERSE EFFECT

Het ego wil het lichaam beschermen. Het legt druk op de poging om te gaan slapen: “Nu moeten we echt slapen, anders rusten we niet uit.” Die druk is bedoeld als zelfzorg, maar bereikt het tegenovergestelde. Het sympathisch zenuwstelsel wordt geactiveerd. De cortisolspiegel stijgt. Cortisol is een stresshormoon. De hersenen blijven actief. Angst ontstaat voor de gevolgen van slaapgebrek. De hartslag verhoogt.

De intentie om het lichaam te herstellen door slaap wordt de oorzaak van spanning en ontregeling.

DE UITLEG

Slaap is een automatisch proces. Het wordt aangestuurd door het parasympathisch zenuwstelsel en gereguleerd door hersengebieden zoals de hypothalamus en thalamus. GABA remt de waakneuronen. Daardoor daalt de hersenactiviteit. Er ontstaat een kalmerend en ontspannend effect.

Wanneer het ego dit proces probeert te beïnvloeden, blijft het brein actief. De gedachte “ik moet slapen” creëert stress. Het sympathisch zenuwstelsel detecteert dreiging en blijft actief.

Door niet meer te proberen te slapen, maar wakker te blijven zonder verzet, keert het proces om. Het controlesysteem dooft uit. Het autonome systeem krijgt ruimte. Het parasympathisch zenuwstelsel activeert. De hartslag daalt. De lichaamstemperatuur zakt. De ademhaling verdiept. Het automatische slaapproces wordt hersteld.

SILENT SIGNALS

De houding tegenover het moeten slapen verandert. Er ontstaat een switch in het zenuwstelsel. Het automatische proces van in slaap vallen wordt geactiveerd.
[/restrict]

error: Content is protected !!