🔻Eenzaamheid is onszelf over het hoofd zien
Een persoon stapt een kamer binnen. De ruimte is leeg. In eerste instantie voelt deze leegte zwaar, alsof er iets ontbreekt. Toch ligt de kern van dit gevoel niet in het ontbreken van anderen, maar in het ontbreken van innerlijke aanwezigheid. De persoon zoekt bevestiging van buitenaf om de leegte van binnen op te vullen.
Later vult dezelfde kamer zich met vrienden. Er wordt gelachen en gepraat, maar het lege gevoel blijft bestaan. Ondanks het gezelschap ervaart de persoon geen echte verbinding. De leegte heeft niets te maken met het aantal mensen in de kamer.
De paradox van eenzaamheid is dat meer contact met anderen het gevoel niet per definitie oplost. De kern ligt niet alleen in de buitenwereld, maar in de relatie die we met onszelf hebben.
Wanneer we weinig contact ervaren met onze eigen gedachten, gevoelens en behoeften, ontstaat er een innerlijke leegte. In die toestand gaan we vaker op zoek naar bevestiging van anderen om dat gevoel op te vullen.
Dat lijkt logisch, maar werkt vaak maar tijdelijk.
Als de verbinding met onszelf ontbreekt, blijft ook in contact met anderen een gevoel van afstand bestaan. We zijn dan wel fysiek aanwezig, maar ervaren weinig echte betrokkenheid.

Hier wordt de paradox zichtbaar.
Hoe sterker we afhankelijk worden van bevestiging van buitenaf, hoe zwakker de verbinding met onszelf vaak wordt. En hoe zwakker die verbinding, hoe groter de kans dat contact met anderen niet als vervullend wordt ervaren.
Eenzaamheid blijft dan bestaan, ook als er mensen om ons heen zijn.
Zelfwaardering speelt hierin een belangrijke rol. Wanneer we onszelf serieus nemen en kunnen waarnemen wat er in ons omgaat, neemt de afhankelijkheid van externe bevestiging af. We kunnen onszelf als het ware ‘gezelschap’ houden. Dat betekent niet dat anderen overbodig worden, maar dat contact met anderen niet meer de enige bron is van verbondenheid.
Ook het lichaam geeft signalen over deze processen. Bij spanning of onzekerheid kan het lichaam zich terugtrekken, bijvoorbeeld door een gesloten houding of minder oogcontact. Bij een gevoel van veiligheid en betrokkenheid ontstaat juist meer openheid in houding en beweging.
Door aandacht te hebben voor deze signalen wordt duidelijker wat we nodig hebben en waar onze grenzen liggen.
De kern van de paradox is dat eenzaamheid niet alleen ontstaat door een gebrek aan anderen, maar juist kan blijven bestaan door een gebrek aan verbinding met onszelf. Meer sociaal contact alleen is dan geen oplossing. Verbondenheid met anderen wordt pas echt ervaren wanneer er ook sprake is van verbinding met ons eigen innerlijke zelf.
