🔻Het verhaal – een leider neemt een positie in
Een team werkt aan een taak. De leider kiest een positie ten opzichte van het team. Dat kan achter, voor of tussen de teamleden zijn. Die keuze beïnvloedt direct hoe het team functioneert.
Enerzijds kan een leider ruimte willen geven en daarom een positie achter het team innemen. Teamleden krijgen dan meer vrijheid om beslissingen te nemen en verantwoordelijkheid te dragen. Dit kan initiatief en betrokkenheid versterken. Het perverse effect ontstaat wanneer de leider te veel afstand neemt. Wat bedoeld is als vertrouwen, wordt ervaren als afwezigheid. Teamleden missen dan richting en ondersteuning.

Anderzijds kan een leider juist richting willen geven en daarom voor het team gaan staan. Dit kan zorgen voor duidelijkheid en snelheid in besluitvorming. Het perverse effect hier is dat sturing kan omslaan in controle. Teamleden gaan minder zelf nadenken en nemen minder initiatief, omdat de leider het denken overneemt.
Daarnaast kan een leider samenwerking willen stimuleren en zich daarom tussen de teamleden positioneren. De leider verbindt, stemt af en bewaakt het proces. Het perverse effect ontstaat wanneer de leider zichzelf te centraal maakt. Wat bedoeld is als verbinden, wordt ervaren als dominantie. Anderen krijgen minder ruimte om hun eigen rol in te nemen.
De paradox van leiderschap is dat gedrag dat bedoeld is om het team te versterken, juist het tegenovergestelde effect kan hebben. Meer ruimte geven kan leiden tot onzekerheid. Meer sturing kan leiden tot afhankelijkheid. Meer betrokkenheid kan leiden tot verstoring van rollen.
De uitkomst wordt niet alleen bepaald door de gekozen positie, maar door de afstemming tussen intentie en effect. Leiderschap vraagt daarom om continue waarneming. De leider moet kunnen inschatten wat het team op dat moment nodig heeft en het eigen gedrag daarop aanpassen.
Het gaat niet om één juiste positie, maar om het vermogen om te wisselen zonder het doel uit het oog te verliezen.
