🔻Het verhaal – de embryonale ontwikkeling

HET LICHAAM BEGINT ALS EEN GESLOTEN SYSTEEM

Tijdens de embryonale ontwikkeling ontstaan drie kiemlagen, elk met een eigen richting. Uit het ectoderm ontwikkelt zich het zenuwstelsel en het hoofd. Uit het mesoderm ontstaat het hart, dat als eerste tot activiteit komt en daarmee de bloedsomloop in beweging zet. Het hart begint te kloppen, een interne impuls die het lichaam van binnenuit activeert. Het zenuwstelsel coördineert de impulsen tussen de organen en zorgt voor afstemming binnen het systeem. Hoofd en hart functioneren zonder afhankelijk te zijn van de buitenwereld. Ze zijn intern gericht, zelfsturend, en belichamen daarmee vrijheid, authenticiteit en autonomie. Het lichaam is in deze fase gesloten, afgestemd op zichzelf, en beweegt zonder externe input.

DE OMKERING NA DE GEBOORTE

Wanneer het endoderm actief wordt, ontstaan de buikorganen die niet langer alleen intern functioneren, maar juist gericht zijn op opname, vertering en transformatie van wat van buitenaf komt. De longen, die zich eveneens vanuit het endoderm ontwikkelen, blijven tijdens de zwangerschap in rust, maar worden na de geboorte actief en vullen zich met lucht. Vanaf dat moment functioneren ze op de grens van binnen en buiten. De longen hebben lucht nodig om te werken, en het spijsverteringssysteem heeft voedsel nodig om te functioneren. Het lichaam opent zich en wordt afhankelijk van wat buiten beschikbaar is. De interne afstemming wordt aangevuld door externe toevoer. Zo ontstaat een tweedeling: het vermogen om zelfstandig te functioneren wordt aangevuld door de noodzaak om verbonden te blijven met de buitenwereld.

DE BOTSING TUSSEN VERLANGEN EN BEHOEFTE

Op lichaamsniveau zie je dat we ondanks de behoefte aan vrijheid en autonomie de buitenwereld nodig hebben. Om te weten wie we zijn hebben we de ander nodig om te weten wat en wie we niet willen zijn. We willen zelfstandig zijn, onze eigen keuzes maken, niemand nodig hebben. Maar uit de longen en de buik blijkt dat we lucht en voedsel nodig hebben. Het hart laat zien dat we ons geraakt voelen wanneer we worden buitengesloten. Deze tweedeling leeft in ieder mens: het verlangen om onafhankelijk te zijn tegenover de behoefte om verbonden te blijven. Het lichaam laat deze spanning ook zien. Dan hebben we nog het hoofd, dat ontwikkeld wordt uit het ectoderm. Het hoofd probeert te begrijpen, te ordenen, te verklaren. Het beweegt tussen binnen en buiten, trekt conclusies, maar die ontstaan altijd vanuit de positie waarin het zich bevindt.

HET LICHAAM ALS WEDERKERIGE STRUCTUUR

In het samenspel van hoofd, hart en buik ontstaat geen compromis, maar een nieuwe vorm van functioneren waarin vrijheid en afhankelijkheid elkaar aanvullen. Het besef groeit dat we onszelf pas werkelijk kunnen zijn in relatie tot iets of iemand anders. Het lichaam laat zien dat leven niet begint bij afzondering, maar bij wederkerigheid. De binnenkant en de buitenkant zijn geen gescheiden domeinen, maar delen van één geheel dat zich voortdurend ontwikkelt. De adem beweegt, het hart reageert, het denken zoekt houvast. Het lichaam maakt dat zichtbaar als een proces.

error: Content is protected !!